Onderzoek
De bruinvissen bij SOS Dolfijn bieden waardevolle kansen voor onderzoek.
Onderzoek doen naar bruinvissen op zee is lastig, want bruinvissen leven grotendeels onder het wateroppervlak en zijn daardoor lastig te zien of te volgen. De dieren in het opvangcentrum geven een unieke kans om meer te leren over deze soort. Zo is het onder andere mogelijk om diverse gedragsstudies uit te voeren en monsters te verzamelen voor analyse.
Bruinvispoep verzamelen op zee is een grote uitdaging, maar in de opvang relatief eenvoudig. Tijdens het rehabilitatieproces houden we nauwkeurig bij wat de dieren binnenkrijgen en kunnen we de ontlasting uit het water verzamelen.
Bruinvissen in de Zuidelijke Noordzee blijken gemiddeld een lagere energiedichtheid in hun dieet te hebben in vergelijking met dieren elders op het noordelijk halfrond. Recent onderzoek toont aan dat een energierijk dieet essentieel is voor de gezondheid en het reproductiesucces van de bruinvis.
Dankzij de steun van het Dinamo Fonds kon via DNA-metabarcoding succesvol het dieet van de bruinvis worden gereconstrueerd. Het doel van deze pilotstudie was te onderzoeken of eDNA uit ontlasting het geconsumeerde dieet goed weerspiegelt. Dit bleek inderdaad het geval te zijn. Daarnaast is gekeken naar de traceerbaarheid van prooisoorten en de mogelijkheid om verhoudingen tussen verschillende prooien te bepalen. Met deze pilotstudie zijn belangrijke eerste stappen gezet. Bij de eerstvolgende bruinvis in de opvang zullen aanvullende fecesmonsters worden verzameld om de dataset verder uit te breiden.
Bij de aanleg van windmolenparken wordt vaak gekeken naar potentiële geluidsoverlast en hoe deze zoveel mogelijk kan worden beperkt. De huidige focus ligt dan ook voornamelijk op het mitigeren van geluidsimpact. Andere mogelijke verstorende factoren, zoals elektromagnetische velden (EMV), worden daarbij nog nauwelijks meegenomen.
Op basis van een beperkt aantal studies wordt verondersteld dat walvisachtigen mogelijk magnetosensitief zijn. Elektromagnetische velden die ontstaan rondom onderzeese stroomkabels, worden hierin nog onvoldoende onderzocht. Aangezien de bruinvis een beschermde diersoort is, is het van belang te onderzoeken in hoeverre zij deze magnetische velden kunnen waarnemen, zodat hier in de toekomst rekening mee kan worden gehouden bij monitoring en mitigatie van de EMV.
Om de aanwezigheid van magnetoreceptie te onderzoeken is, in opdracht van Witteveen+Bos, speciaal voor ons bassin een spoel ontwikkeld door Waterproof BV. De dieren worden hierbij nauwkeurig gemonitord en de duur en frequentie van hun bezoek aan een gebied met een AC-veld wordt geanalyseerd met gedragssoftware (EthoVision XT 17.5). Bij toekomstige dieren in de opvang zullen verdere gegevens worden verzameld om de dataset uit te breiden.
De eerste pilotresultaten zijn gepresenteerd op de European Cetacean Society Conference in Ponta Delgada (Portugal).
Betrouwbare leeftijdsbepaling is essentieel voor populatie monitoring en vormt op dit moment een belangrijke uitdaging binnen behoud en bescherming van de bruinvis.
Momenteel wordt de lichaamslengte vaak gebruikt om bruinvissen in leeftijdsklassen in te delen. Deze proxy is echter beperkt bruikbaar, omdat groei kan worden beïnvloed door factoren zoals voeding, leefgebied, algemene gezondheid, geslacht en seizoen. Hierdoor kan lichaamslengte een misleidende indicator zijn voor leeftijd.
Een alternatieve en veelgebruikte methode is het tellen van jaarlijkse tandgroeilagen in de mediale lengtedoorsnede van tanden. Deze methode is echter invasief, omdat hiervoor minimaal één tand moet worden verwijderd. Hoewel dit geschikt is voor postmortaal onderzoek, is het niet wenselijk bij levende gestrande dieren.
Binnen SOS Dolfijn is er daarom behoefte aan de ontwikkeling van een niet-invasieve methode voor leeftijdsbepaling, gebaseerd op botontwikkeling langs de proximodistale as van de borstvin. Deze methode, gebruikt makend van radiografische evaluatie, is reeds toegepast bij andere dolfijnensoorten en biedt veel potentie voor toepassing bij bruinvissen.
In 2024 heeft SOS Dolfijn voor het eerst een gerehabiliteerde bruinvis met een satellietzender vrijgelaten. Dit leverde waardevolle inzichten op in het gedrag na vrijlating en het gebruik van leefgebieden in de Noordzee.
In 2025 was het niet mogelijk om een dier terug naar zee te brengen. Wel is het onderzoek naar habitatgebruik voortgezet met foto-identificatie. Bruinvissen kunnen individueel worden herkend aan unieke kenmerken zoals littekens, vlekpatronen en de vorm van de rugvin. Door duizenden foto’s te analyseren, onder andere door stagiairs, konden meerdere dieren opnieuw worden herkend.
Met dit onderzoek willen we beter begrijpen of bruinvissen terugkeren naar dezelfde gebieden, langs de Nederlandse kust trekken of internationale verplaatsingen maken en hoe het gaat met succesvol gerehabiliteerde bruinvissen. De resultaten worden verder uitgewerkt en eind 2026 gedeeld.
Zie je bruinvissen? Meld je waarneming via www.waarneming.nl en help mee aan onderzoek en bescherming.
Een goed gehoor is voor bruinvissen essentieel. Zij gebruiken echolocatie om te jagen en zich te oriënteren in zee. Daarom wordt bij opgevangen dieren altijd het gehoor onderzocht, omdat gehoorschade een mogelijke oorzaak kan zijn van strandingen.
Tijdens de gehoortest worden geluiden op verschillende frequenties afgespeeld terwijl we meten hoe de bruinvis hierop reageert. Hiervoor worden tijdelijk kleine elektroden met zuignapjes op de huid geplaatst. Deze registreren de hersenactiviteit als reactie op de aangeboden geluiden, waardoor we kunnen bepalen of het dier de verschillende frequenties goed waarneemt.
Door middel van aanvullende (inwendige) onderzoeken wordt zo snel mogelijk bepaald wat het dier mankeert en welke medicatie en zorg nodig zijn.
Om tot een juiste diagnose en behandeling van patiënten in ons opvangcentrum te komen, kunnen indien nodig uitgebreidere onderzoeken worden uitgevoerd door betrokken dierenartsen. Denk hierbij aan gastroscopie, bronchoscopie, thermografie, röntgenonderzoek, CT-scan en echografie. Ook kunnen diergeneeskundige specialisten worden ingeschakeld voor advies en aanvullend onderzoek.
Bij SOS Dolfijn wordt soms ook cardiologisch onderzoek uitgevoerd in samenwerking met een gespecialiseerde veterinair cardioloog. Dit helpt ons meer inzicht te krijgen in de hartgezondheid van bruinvissen.
Tijdens een onderzoek worden onder andere een ECG en een hartecho gemaakt om de hartfunctie nauwkeurig te beoordelen. Dit kan belangrijk zijn wanneer tijdens reguliere controles een onregelmatig hartritme wordt waargenomen, bijvoorbeeld als gevolg van stress of ademhalingsinvloeden (respiratoire aritmie).
Hoewel dit vaak een onschuldige variatie betreft, helpt aanvullend onderzoek om dieren beter te begrijpen en hun welzijn tijdens opvang te optimaliseren.











