Gestrande spitssnuitdolfijn onderzocht
Op 11 november 2024 strandde er een levende gewone spitssnuitdolfijn (Mesoplodon bidens) bij Brouwersdam in Zeeland. Het dier is kort na overlijden direct naar de Universiteit Utrecht vervoerd, waar ze bij de Faculteit Diergeneeskunde het postmortaal onderzoek diezelfde dag nog hebben uitgevoerd.
Het ging om een juveniel vrouwelijk dier van 331 cm lang en 337 kilo. Het dier had tekenen van een slechte conditie en had niet recent voedsel gegeten. De maag en darmen worden nog onderzocht door Wageningen Marine Research.
De meest opvallende bevinding was de aanwezigheid van veel gasbellen in de bloedvaten. Deze symptomen zijn vergelijkbaar met die van de duikersziekte, wanneer duikers te snel naar de oppervlakte komen. Mogelijk is dit dier ook te snel naar de oppervlakte gekomen. Maar er is aanvullend onderzoek nodig om dat en de oorzaak vast te stellen. De inwendige oren van de tandwalvis zijn zo snel mogelijk verzameld uit het dier voor onderzoek. Gebeurt dit binnen een aantal uren na overlijden, dan kan nog gehoorschade onderzoek worden uitgevoerd.